Jullie hebben naast die menselijke expertise ook geïnvesteerd in digitale tools. Kun je dat toelichten?
Je merkt dat ook daar alles een hogere dimensie krijgt. WielsComply — ons compliance-instrument — bestond al lang bij ons, maar was in oorsprong gewoon een Excel die we zelf hadden gemaakt. Daarin vond alle wetgeving een plaatsje. En dat werkte prima — tot een jaar of vijf, zes geleden, wanneer onze Excel letterlijk dreigde te ‘ontploffen’ door de enorme toestroom van nieuwe wetgeving. We zijn toen op zoek gegaan naar een professioneel alternatief dat we hebben laten ontwikkelen.
Tegelijk werken we aan de borging van kennis en ervaring. We hebben een campusmanager die als kerntaak heeft om aanwezige knowhow te bewaken en door te geven. En we hebben een Wiels Wiki gebouwd — een intern kennissysteem waarmee medewerkers op een heel intuïtieve manier zaken kunnen opzoeken. Wie was die klant ook alweer? Welke wetgeving speelde daarin? Hoe zat dat dossier in elkaar? Dat soort vragen kunnen enorm veel tijd kosten. Die hebben we gesystematiseerd en gecentraliseerd.
Artificial intelligence is ook voor jullie niet te vermijden?
Absoluut niet. AI gebruiken we elke dag — zeker onze jonge medewerkers. Ik ben er zelf misschien een van de laatste die het actief gebruikt, maar de jongere generatie zet het constant in. Voor ons zijn er twee randvoorwaarden. Eén: alles moet in een gesloten systeem gebeuren, omwille van vertrouwelijkheid van klantengegevens. En twee: we controleren altijd de bronnen en de juistheid. Dat blijft een grote uitdaging: fact-checking van AI-gegenereerde output.
Ik geef zelf les aan bio-ingenieurs en ingenieurs in UGent. Daar zie ik het heel duidelijk: studenten steken hun cursus in ChatGPT, laten twintig examenvragen genereren, krijgen een samenvatting. Ze spelen er elke dag mee. De reflex om dan nog eens te gaan checken, is niet altijd aanwezig. En de beruchte ‘hallucinaties’ zijn reëel — je moet zeker dubbel checken voor je begint te kopiëren. Op kantoor hebben we het vier-ogen-principe, soms zelfs het zes-ogen-principe. Alles wat naar buiten gaat, wordt minstens door één collega nagelezen. Bij complexe of delicate dossiers zelfs door twee.