Strengere regels vanaf 2026

 

De richtlijnen van de RSZ bevestigen dat bepaalde regels sinds 1 januari 2026 geëvolueerd zijn. Voor pijler 1 van het mobiliteitsbudget, die betrekking heeft op de bedrijfswagen zelf, kunnen sinds die datum enkel nog voertuigen met nul uitstoot gekozen kunnen worden. In de praktijk zijn volledig elektrische modellen dus voortaan de norm.

 

De verduidelijkingen betreffen ook pijler 2, die duurzame mobiliteitsoplossingen groepeert. Motorvoertuigen die onder zachte mobiliteit vallen – of ze nu gekocht, gehuurd of geleased worden – mogen eveneens niets meer uitstoten indien ze dit jaar besteld werden. De besteldata blijven dus bepalend: werd de bestelling vóór 1 januari 2026 geplaatst, dan blijven de regels die tot 31 december 2025 golden, van toepassing.

Op weg naar een verplichting voor veel bedrijven

Tegelijk met deze technische verduidelijkingen heeft de federale overheid een wetsvoorstel goedgekeurd dat het aanbieden van het mobiliteitsbudget voor een groot aantal bedrijven verplicht maakt. Vanaf 1 januari 2027 zal elke werkgever die al meer dan 36 maanden bedrijfswagens ter beschikking stelt, een mobiliteitsbudget moeten aanbieden aan de betrokken werknemers.

 

Er zijn echter enkele aanpassingen voorzien: bedrijven met minder dan 50 werknemers krijgen een extra termijn en moeten pas vanaf 2028 aan deze verplichting voldoen, terwijl organisaties met minder dan 15 werknemers vrijgesteld blijven.