De man die ons land in 2024 eindelijk op de internationale rallykaart zette – en daarmee een droom van decennia vervulde – was zoals altijd de nuchterheid zelve. Opgewekt ook, en helemaal in de stemming om het eens over “andere dingen” te hebben. Passies, bijvoorbeeld.
“Rallypiloot worden, daar droom ik al sinds mijn vierde van,” vertelt hij met een glimlach die verraadt hoe diep die droom geworteld is. Een andere carrière? Moeilijk voor te stellen. Toch kwam er na enig aandringen een alternatief boven: helikopterpiloot. “Vrij zijn als een vogel in de lucht, daar geniet ik echt van.”
Het is geen toeval dat deze inwoner van het overwegend Duitstalige Sankt Vith die tweede passie inzet om de adrenaline van de rally even los te laten. Om zijn hoofd leeg te maken, stijgt hij op – letterlijk. Zijn manier om tot rust te komen buiten een professioneel leven waarin alles om snelheid draait. Dezelfde snelheid die iconische momenten heeft opgeleverd.
De Rally van Sardinië in 2018 is daar een mooi voorbeeld van. Die overwinning blijft voor altijd in zijn geheugen gegrift: een alles-of-niets-duel met Sébastien Ogier om de titel. “Ongelofelijk intens was dat. We waren maar enkele tienden sneller dan hem, en ik was zó trots aan de finish. Die emotie… Zo had ik me nog nooit gevoeld, en sindsdien eigenlijk ook niet meer.”